Vrijwilligerswerk in meervoud

8 mei 2009

Nederlanders staan nog steeds voor een ander klaar en blijven dat de komende jaren ook doen, stelt het Sociaal en Cultureel Planbureau in ‘Vrijwilligerswerk in meervoud’, een rapport met cijfers en analyses uit de laatste jaren.

Tussen 1997 en 2007 bleef het aantal vrijwilligers in Nederland vrij constant rond de 43 procent van de bevolking. Binnen Europa zijn alleen de Zweden actiever.

“Het niveau van vrijwilligerswerk in Nederland is en blijft hoog”, zegt professor Paul Dekker van het SCP, die het rapport gisteren tijdens een bijeenkomst van onderzoekers in de Erasmus Universiteit in Rotterdam presenteerde. “Dat gaat in tegen alle pessimistische geluiden over een vervelender wordende samenleving vol egoïsme en verharding. We moeten elkaar de put dus niet in praten.”

Wel signaleert hij een verschuiving. “Vijfentwintig jaar geleden gingen mensen in de drukste fase van hun leven vrijwilligerswerk doen, als ze gingen werken en kinderen kregen. Nu beginnen ouderen er na hun pensionering mee.”

Allochtonen, en dan vooral vrouwen, doen nog weinig vrijwilligerswerk. Van de autochtone Nederlanders doet 41 procent mee; van de Turken 19 en van de Marokkenen 17 procent. Surinamers en Antillianen scoren 22 en 23 procent. Allochtonen zetten zich vooral in op religieus gebied, autochtonen vooral in sportclubs.

Onderzoekster Trees Pels schetst in het rapport een rooskleuriger beeld. Ze veronderstelt dat veel vrijwilligerswerk bij allochtonen buiten beeld blijft, zoals de opvang van nieuwkoomsters door vrouwen uit eigen kring. Het ‘witte’ karakter van veel organisaties die met vrijwilligers werken, de lage opleiding en taalvaardigheid bij allochtonen zijn nu nog een belemmering, stelt ze, maar dat gaat veranderen. Tussen 1980 en nu is het aantal allochtonen dat vrijwilligerswerk doet al verdubbeld, stelt Pels vast. Goed opgeleide jongeren gaan er volgens haar voor zorgen dat Turkse en Marokkaanse organisaties veranderen van een ‘bastion’ voor de eigen identiteit in een ‘brug’ naar de samenleving. Wel waarschuwt ze voor twee fenomenen. Allochtone gemeenschappen in een stad kunnen zó groot worden dat er geen reden meer is om buiten de eigen kring te treden. En in een ‘vijandig’ klimaat kunnen allochtonen hun toevlucht nemen in hun eigen identiteit, waarbij ze de islam nadrukkelijk noemt.
[Tubantia]